Samanupassana Sutta

Veronderstellingen

Vertaler Pali: Thanissaro Bhikkhu
Vertaler Engels: Django Vaal
Bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/sn/sn22/sn22.047.than.html



Bij Savatthi. Daar zei de Vereerde: "Monniken, welke brahmanen of asceten dan ook die een zelf aannemen die nemen de vijf hechtingsgroepen aan, of een daarvan. Welke vijf? Er is de situatie waar een niet geïnstrueerde, doorsnee persoon die geen oog heeft voor de nobelen en niet geletterd en gedisciplineerd is in hun Dhamma; die geen oog heeft voor heiligen, niet geletterd en gedisciplineerd is in hun dhamma - veronderstelt dat vorm de zelf is, of de zelf als in het bezit van vorm, of vorm in de zelf of de zelf als in de vorm.

Hij veronderstelt dat de gevoelens de zelf zijn, of dat de zelf in het bezit is van gevoelens, of dat gevoelens in de zelf zijn, of dat de zelf in gevoel is.

Hij veronderstelt dat de perceptie de zelf is, of dat de zelf in het bezit is van perceptie, of dat perceptie in de zelf is, of dat de zelf in perceptie is.

Hij veronderstelt dat de kammische formaties de zelf zijn, of dat de zelf in het bezit is van kammische formaties, of dat kammische formaties in de zelf zijn, of dat de zelf in kammische formaties is.

Hij veronderstel dat het bewustzijn de zelf is, of dat de zelf in het bezit is van bewustzijn, of dat bewustzijn in de zelf is, of dat de zelf in bewustzijn is.

Dus door deze veronderstelling en het begrijpen ervan komt "ik ben" in hem voor. En zo is het met betrekking tot het begrijpen van "ik ben" dat er de verschijning van de vijf faculteiten is: het oog, het oor, de neus, de tong en het lichaam.

Nu door de geest, zijn er gedachten, is er het bezit van onwetendheid. Voor een ongeïnstrueerde doorsnee persoon, toegedaan door de ervaring geboren uit het contact van onwetendheid, komen deze (gedachten) voor: "ik ben", "ik ben zo", "ik zal zijn", "ik zal niet zijn", "ik zal bezeten worden door vorm", "ik zal vormloos zijn", "ik zal onderscheiden", "ik zal niet onderscheiden", "ik zal noch onderscheiden noch niet onderscheiden".

De vijf faculteiten, monniken, gaan verder zoals ze waren. En met betrekking tot de goed geïnstrueerde leerling van de Nobelen die onwetendheid verlaat en het heldere weten laat rijzen. Door het vervagen van onwetendheid en het oprijzen van het helder weten zullen deze (gedachten) niet meer voorkomen: "ik ben", "ik ben zo", "ik zal zijn", "ik zal niet zijn", "ik zal bezeten worden door vorm", "ik zal vormloos zijn", "ik zal onderscheiden", "ik zal niet onderscheiden", "ik zal noch onderscheiden noch niet onderscheiden"."

Voor gebruik van deze tekst kijk op Copyright