Maha-punnama Sutta

De nacht van de volle maan

Vertaler Pali: Thanissaro Bhikkhu
Vertaler Engels: Django Vaal
Bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/mn/mn109.than.html



Aldus heb ik gehoord.

Op een keer verbleef de Vereerde in Savatthi in het Oostelijke Koninkrijk, het paleis van Migara zijn moeder. Nu zat hij daar ten tijde van de uposatha, de veertiende of vijftiende bij volle maan, in het veld met zijn gemeenschap aan monniken.

Op dat moment stond er een monnik op van zijn zetel, legde zijn gewaad over zijn schouder en plaatste zijn handen palm aan palm over zijn hart en zei tegen de Vereerde: "Heer, er is een plek waar, als de Vereerde mij toestemming geeft, ik graag een vraag zou willen stellen."

"Dat is goed, monnik. Ga zitten en vraag wat je maar wilt. "



"Ja, heer," antwoordde de monnik. Hij ging terug zitten en sprak toen tegen de Vereerde: "Zijn dit niet de vijf hechtingsgroepen (panca upadana khandha), met vorm (rupa) als hechtingsgroep, gevoelens (vedana) als hechtingsgroep, perceptie (sanna) als hechtingsgroep, kammische formaties (sankhara) als hechtingsgroep en bewustzijn (vinnana) als hechtingsgroep?"

"Monnik, dit zijn de vijf hechtingsgroepen, namelijk vorm als hechtingsgroep, gevoelens als hechtingsgroep, perceptie als hechtingsgroep, kammische formaties als hechtingsgroep en bewustzijn als hechtingsgroep."



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Maar in wat, Heer, hebben deze vijf hechtingsgroepen hun wortel?"

"Monnik, deze vijf hechtingsgroepen hebben hun wortel in verlangen (chanda)."



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Is hechten (upadana) hetzelfde als de vijf hechtingsgroepen, of is hechten gescheiden van de vijf hechtingsgroepen?"

"Monnik, hechten is niet hetzelfde als de vijf hechtingsgroepen, ook niet gescheiden van de vijf hechtingsgroepen. Het verlangen en de hartstocht (raga) die er is, daar is ook hechten."



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Is er diversiteit in het verlangen en de hartstocht voor de vijf hechtingsgroepen?"

"Dat kan, monnik. Er is de situatie waar iemand denkt: "Mag ik een zijn met vorm in de toekomst. Mag ik een zijn met gevoelens in de toekomst. Mag ik een zijn met perceptie in de toekomst. Mag ik een zijn met kammische formaties in de toekomst. Mag ik een zijn met bewustzijn in de toekomst." Dit is hoe er diversiteit in het verlangen en de passie voor de vijfhechtingsgroepen zou zijn."



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "In welke mate is de titel groep (khandha) van toepassing op de groepen?"

Monniken, welke vorm dan ook die van verleden, toekomstige of huidige tijd is; intern (ajjhatta) of extern (bahiddha); grof (olarika) of subtiel (sukhuma), inferieur (hina) of superieur (panita), verweg (dure) of in het huidige (santike): dat wordt de groep van vorm genoemd. Welke gevoelens dan ook die van verleden, toekomstige of huidige tijd zijn; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige: dat wordt de groep van gevoelens genoemd. Welke perceptie dan ook die van verleden, toekomstige of huidige tijd is; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige: dat wordt de groep van perceptie genoemd. Welke kammische formaties dan ook die van verleden, toekomstige of huidige tijd zijn; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige: dat wordt de groep van kammische formaties genoemd. Welk bewustzijn dan ook die van verleden, toekomstige of huidige tijd is; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige: dat wordt de groep van bewustzijn genoemd. Dit is de mate waarin groep geldt voor de groepen.



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Heer, wat is de oorzaak (hetu), wat is de conditie (paccaya), wat maakt de groep vorm onderscheidbaar (pannapana)? Wat is de oorzaak, wat is de conditie, wat maakt de groep gevoelens onderscheidbaar? Wat is de oorzaak, wat is de conditie, wat maakt de groep perceptie onderscheidbaar? Wat is de oorzaak, wat is de conditie, wat maakt de groep kammische formaties onderscheidbaar? Wat is de oorzaak, wat is de conditie, wat maakt de groep bewustzijn onderscheidbaar? "

Monnik, de vier grote elementen zijn de oorzaak, de vier grote elementen zijn de conditie, voor de onderscheiding van de groep van vorm. Contact is de oorzaak, contact is de conditie, voor de onderscheiding van de groep van gevoelens. Contact is de oorzaak, contact is de conditie, voor de onderscheiding van de groep van perceptie. Contact is de oorzaak, contact is de conditie, voor de onderscheiding van de kammische formaties. Naam en vorm is de oorzaak, naam en vorm is de conditie, voor de onderscheiding van de groep van bewustzijn.



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Heer, waar komt de zelf visie (sakayaditthi) vandaan?"

Er is de situatie waar een niet geïnstrueerde leerling van de Nobelen die geen oog heeft voor de nobelen en niet geletterd en gedisciplineerd is in hun Dhamma; die geen oog heeft voor heiligen, niet geletterd en gedisciplineerd is in hun dhamma - veronderstelt dat vorm de onveranderlijke zelf (atta) is, of de onveranderlijke zelf als in het bezit van vorm, of vorm in de onveranderlijke zelf of de onveranderlijke zelf als in de vorm.

Hij veronderstelt dat de gevoelens de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van gevoelens, of dat gevoelens in de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in gevoel is.

Hij veronderstelt dat de perceptie de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van perceptie, of dat perceptie in de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in perceptie is.

Hij veronderstelt dat de kammische formaties de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van kammische formaties, of dat kammische formaties in de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in kammische formaties is.

Hij veronderstel dat het bewustzijn de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van bewustzijn, of dat bewustzijn in de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in bewustzijn is.

Dit monniken, is hoe een zelf visie ontstaat.



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Heer, hoe komt de zelf visie niet meer voor?"

Er is de situatie waar een goed geïnstrueerde, doorsnee persoon die oog heeft voor de nobelen en goed geletterd en gedisciplineerd is in hun Dhamma; die oog heeft voor heiligen, goed geletterd en gedisciplineerd is in hun dhamma - hij veronderstelt niet dat vorm de onveranderlijke zelf is, of de onveranderlijke zelf als in het bezit van vorm, of vorm in de onveranderlijke zelf of de onveranderlijke zelf als in de vorm.

Hij veronderstelt niet dat de gevoelens de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van gevoelens, of dat gevoelens in de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in gevoel is.

Hij veronderstelt niet dat de perceptie de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van perceptie, of dat perceptie in de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in perceptie is.

Hij veronderstelt niet dat de kammische formaties de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van kammische formaties, of dat kammische formaties in de onveranderlijke zelf zijn, of dat de onveranderlijke zelf in kammische formaties is.

Hij veronderstel niet dat het bewustzijn de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in het bezit is van bewustzijn, of dat bewustzijn in de onveranderlijke zelf is, of dat de onveranderlijke zelf in bewustzijn is.

Dit monniken, is hoe een zelf visie niet meer voorkomt.



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Wat, heer, is het aangename (assada) van vorm? Wat is het onaangename (adinava)? Wat is de ontsnapping (nissarana) eraan? Wat, heer, is het aangename van gevoelens? Wat is het onaangename? Wat is de ontsnapping eraan? Wat, heer, is het aangename van perceptie? Wat is het onaangename? Wat is de ontsnapping eraan? Wat, heer, is het aangename van kammische formaties? Wat is het onaangename? Wat is de ontsnapping eraan? Wat, heer, is het aangename van bewustzijn? Wat is het onaangename? Wat is de ontsnapping eraan?"

Het feit dat aangenaam gevoel (somanassa) en geluk (sukha) ontstaan afhankelijk aan vorm: dat is het aangename aan vorm. Het feit dat vorm vergankelijk (annica), lijdensvol (dukkha) en veranderlijk (viparina) is, is het onaangename van vorm. Het controleren van verlangen en hartstocht voor vorm, het verlaten van verlangen en hartstocht voor vorm: dat is de ontsnapping aan vorm.

Het feit dat aangenaam gevoel en geluk ontstaan afhankelijk aan gevoelens: dat is het aangename aan gevoelens. Het feit dat gevoelens vergankelijk, lijdensvol en veranderlijk is, is het onaangename van gevoelens. Het controleren van verlangen en hartstocht voor gevoelens, het verlaten van verlangen en hartstocht voor gevoelens: dat is de ontsnapping aan gevoelens.

Het feit dat aangenaam gevoel en geluk ontstaan afhankelijk aan perceptie: dat is het aangename aan perceptie. Het feit dat perceptie vergankelijk, lijdensvol en veranderlijk is, is het onaangename van perceptie. Het controleren van verlangen en hartstocht voor perceptie, het verlaten van verlangen en hartstocht voor perceptie: dat is de ontsnapping aan perceptie.

Het feit dat aangenaam gevoel en geluk ontstaan afhankelijk aan kammische formaties: dat is het aangename aan kammische formaties. Het feit dat kammische formaties vergankelijk, lijdensvol en veranderlijk is, is het onaangename van kammische formaties. Het controleren van verlangen en hartstocht voor kammische formaties, het verlaten van verlangen en hartstocht voor kammische formaties: dat is de ontsnapping aan kammische formaties.

Het feit dat aangenaam gevoel en geluk ontstaan afhankelijk aan bewustzijn: dat is het aangename aan bewustzijn. Het feit dat bewustzijn vergankelijk, lijdensvol en veranderlijk is, is het onaangename van bewustzijn. Het controleren van verlangen en hartstocht voor bewustzijn, het verlaten van verlangen en hartstocht voor bewustzijn: dat is de ontsnapping aan bewustzijn.



Zeggend: "Zeer goed, heer!" Zo keurden zij en verheugden zij zich in de woorden van de Vereerde en stelden hem daarna nog een vraag: "Wetend op welke manier, ziend op welke manier is er met betrekking tot dit lichaam (kaya) toegedaan met bewustzijn en de gehele extern-gerichte ervaring (bahiddha sabba), niet langer een Ik - maken (ahankara) of obsessie met zelfgenoegzaamheid (maminkara)?"

"Monniken, elke vorm die van vroegere, toekomstige of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : elke vorm moet gezien worden zoals het werkelijk is met volledige wijsheid (sammappannanaya): "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Monniken, alle gevoelens, die van vroegere, toekomstige of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : alle gevoelens moeten gezien worden zoals ze werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Monniken, elke perceptie, die van vroegere, toekomstige of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : elke perceptie moet gezien worden zoals het werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Monniken, alle kammische formaties, die van vroegere, toekomstige of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : alle kammische formaties moeten gezien worden zoals ze werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Monniken, elke bewustzijn, die van vroegere, toekomstige of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : elk bewustzijn moet gezien worden zoals het werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Monniken, wetend op deze manier, ziend op deze manier, met betrekking tot dit lichaam in het bezit van bewustzijn en de gehele extern-gerichte ervaring, is er niet langer ik-maken of een obsessie tot zichzelf.



Nu op dat moment ontstond er in een zekere monnik deze gedachte: "Dus vorm is niet het zelf (anatta), gevoelens zijn niet het zelf, perceptie is niet het zelf, kammische formaties zijn niet het zelf, bewustzijn is niet het zelf. Dan welke zelf wordt er aangeraakt door de acties die gedaan worden door niet zelf?"

De Vereerde realiseerde met zijn aandacht dat er zo'n gedachte bij een zekere monnik op kwam en zij daarop tegen de monniken: "Het is mogelijk dat een onzinnig persoon, verblijvend in onwetendheid, overkomen door begeerte, denkt dat hij de Leraar zijn boodschap kan overtreffen op deze manier: "Dus vorm is niet het zelf, gevoelens zijn niet het zelf, perceptie is niet het zelf, kammische formaties zijn niet het zelf, bewustzijn is niet het zelf. Dan welke zelf wordt er aangeraakt door de acties (kamma) die gedaan worden door niet zelf?" Nu monniken, heb ik jullie niet getraind in het terug kaatsen van de vraag met betrekking tot dit onderwerp?"

Wat denken jullie, monniken - is vorm onvergankelijk of vergankelijk?" "Vergankelijk, heer." "En is dat wat vergankelijk is plezierig of lijdensvol?" "Lijdensvol, heer." "En klopt het dan om te zeggen over wat vergankelijk, lijdensvol, onderwerp van verandering is: "Dit is van mij. Dit is mijn zelf. Dit ben ik?" "Nee, heer."

Wat denken jullie, monniken - zijn gevoelens onvergankelijk of vergankelijk?" "Vergankelijk, heer." "En is dat wat vergankelijk is plezierig of lijdensvol?" "Lijdensvol, heer." "En klopt het dan om te zeggen over wat vergankelijk, lijdensvol, onderwerp van verandering is: "Dit is van mij. Dit is mijn zelf. Dit ben ik?" "Nee, heer."

Wat denken jullie, monniken - is perceptie onvergankelijk of vergankelijk?" "Vergankelijk, heer." "En is dat wat vergankelijk is plezierig of lijdensvol?" "Lijdensvol, heer." "En klopt het dan om te zeggen over wat vergankelijk, lijdensvol, onderwerp van verandering is: "Dit is van mij. Dit is mijn zelf. Dit ben ik?" "Nee, heer."

Wat denken jullie, monniken - is kammische formaties onvergankelijk of vergankelijk?" "Vergankelijk, heer." "En is dat wat vergankelijk is plezierig of lijdensvol?" "Lijdensvol, heer." "En klopt het dan om te zeggen over wat vergankelijk, lijdensvol, onderwerp van verandering is: "Dit is van mij. Dit is mijn zelf. Dit ben ik?" "Nee, heer."

Wat denken jullie, monniken - is bewustzijn onvergankelijk of vergankelijk?" "Vergankelijk, heer." "En is dat wat vergankelijk is plezierig of lijdensvol?" "Lijdensvol, heer." "En klopt het dan om te zeggen over wat vergankelijk, lijdensvol, onderwerp van verandering is: "Dit is van mij. Dit is mijn zelf. Dit ben ik?" "Nee, heer."



"Dus monniken, elke vorm die van vroeger, toekomst of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel, inferieur of superieur, verweg of in het huidige: elke vorm moet gezien worden zoals het werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Dus monniken, alle gevoelens, die van vroeger, toekomst of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : alle gevoelens moeten gezien worden zoals ze werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Dus monniken, elke perceptie, die van vroeger, toekomst of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : elke perceptie moet gezien worden zoals het werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Dus monniken, alle kammische formaties, die van vroeger, toekomst of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : alle kammische formaties moeten gezien worden zoals ze werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"

Dus monniken, elke bewustzijn, die van vroeger, toekomst of huidige tijd; intern of extern; grof of subtiel; inferieur of superieur; verweg of in het huidige : elk bewustzijn moet gezien worden zoals het werkelijk is met volledige wijsheid: "Dit is niet van mij. Dit is niet mijn zelf. Dit ben ik niet!"



Het zo ziend, groeit de geïnstrueerde leerling van de nobelen ontnuchterd (nibbida) van vorm, ontnuchterd van gevoelens, ontnuchterd van perceptie, ontnuchterd van kammische formaties, ontnuchterd van bewustzijn. Ontnuchterd, wordt hij passieloos (viraga). Door passieloosheid wordt hij bevrijd. Met volledige bevrijding is er de kennis dat men volledig bevrijd is. Hij onderscheidt dat: "Geboorte is geëindigd, het heilige leven is volmaakt, de taak is gedaan. Er is niets verder voor deze wereld."

Dit is wat de Vereerde zei. Dankbaar, verheugden de monniken in de Vereerde zijn woorden. Terwijl deze verklaring gegeven werd, werden zestig geesten van monniken, door niet langer te hechten, volledige bevrijd van mentale vergiften.

Voor gebruik van deze tekst kijk op Copyright