Sanghadisesa

Regels houden allereerste een meeting van de Gemeenschap(Sangha) in

Vertaler: Bhikkhu Gunayutto



1. Een opzettelijke ontlading van sperma, behalve tijdens een droom, houdt het allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

2. Indien om het even welke bhikkhu, overmand door lust, met wisselende gedachten, deelneemt aan lichamelijk contact met een vrouw, of haar hand vasthoudt, een lok van haar haar, of het strelen van haar om het even welke ledenmaten, houdt het allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

3. Indien om het even welke bhikkhu, overmand door lust, met wisselende gedachten, onzedelijke woorden gebruikt in aanwezigheid van een vrouw op de manier waarop een jonge mannen een jonge vrouw aanspreekt zinspelend op een seksuele betrekking, houdt het allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

4. Indien om het even welke bhikkhu, overmand door lust, met wisselende gedachten, prijzend spreekt in de aanwezigheid van een vrouw over de bevrediging van zijn eigen sensualiteit aldus: "Dit, zuster, is de hoogste bevrediging, de bevrediging van de deugdzame, een volger van de fijne - natuur van het heilige leven zoals ik zelf door deze handeling" — zinspelend op een seksuele handeling — houdt allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

5. Indien om het even welke bhikkhu betrokken is bij het overbrengen van een man zijn intentie voor een vrouw of een vrouw haar intentie voor een man, voor een huwelijksvoorstel of relatiebemiddeling — zelfs slechts voor een kortstondige coördinatie — houdt het allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

6. Wanneer een bhikkhu een hut bouwt van (verworven door) zijn eigen bedelen — zonder sponsor voor zichzelf bestemt — hij moet het naar de standaardmaten bouwen. Hier is de norm: twaalf spanwijdten, gebruikmakend van de sugata spanwijdte, in lengte (buitenkant); zeven in de breedte, (metend) van de binnenkant. Bhikkhu’s moeten bijeenkomen om de plaats vast te stellen. De plaats die de bhikkhu’s vaststellen zou zonder verstoringen moeten zijn en met geschikte ruimte. Indien de bhikkhu een hut bouwt van zijn eigen bedelen op een plaats met verstoringen en zonder geschikte ruimte of indien hij de bhikkhu’s niet bijeenbrengt om de plaats vast te stellen of indien hij de standaardmaten overschrijdt, houdt het allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

7. Wanneer een bhikkhu een grote woning bouwt — met sponsor voor zichzelf bestemt — hij moet de bhikkhu’s bijeenbrengen om de plaats vast te stellen. De plaats die de bhikkhu’s vaststelt zou zonder verstoringen moeten zijn en met geschikte ruimte. Indien de bhikkhu een grote woning bouwt op een plaats met verstoringen en zonder geschikte ruimte of indien hij de bhikkhu’s niet bijeenbrengt om de plaats vast te stellen, houdt het allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

8. Indien om het even welke geïrriteerde bhikkhu, kwaadwillig, ontevreden, een (mede) bhikkhu ongegrond beschuldigt van een zaak met betrekking tot uitsluiting(Parajika), (denkend), "Zeker met dit zal ik zijn val uit het heilige leven kunnen veroorzaken," niettegenstaande of hij al dan niet op een later tijdstip wordt ondervraagd, indien de kwestie ongegrond blijkt en de bhikkhu bekent zijn kwaadwillendheid, houdt allereerst een meeting van de Gemeenschap in.

9. Indien om het even welke geïrriteerde bhikkhu, kwaadwillig, ontevreden, gebruikmaakt van misleiding door zaken anders voor te stellen loutere om een Bhikkhu te belasten met een zaak die uitsluiting(Parajika) impliceert, (denkend), "Zeker met dit zal ik zijn val uit het heilige leven kunnen veroorzaken," niettegenstaande of hij al dan niet op een later tijdstip wordt ondervraagd, indien de kwestie ongegrond blijkt, een zaak die louter als list wordt gebruikt en de bhikkhu bekent zijn kwaadwillendheid, houdt het allereerste een meeting van de Gemeenschap in.

10. Indien om het even welke bhikkhu zich sterk maakt voor een scheuring in een Gemeenschap of volhardt in een kwestie die bevorderlijk is voor een scheuring, de bhikkhu’s zouden hem aldus moeten berispen: "Doe dit niet, heer, maak u niet sterk voor een scheuring in een Gemeenschap of volhardt niet in een kwestie die bevorderlijk is voor een scheuring. Laat de eerbiedwaardige heer zich verenigen met de Gemeenschap, voor de eenheid in de Gemeenschap, met ondersteunende voorwaarden, vrij van geschil, met gemeenschappelijke recitatie, in vrede levend".

Indien om het even welke bhikkhu, die aldus is berispt door de bhikkhu’s, volharden als voorheen, bhikkhu’s zouden hem tot driemaal toe moeten berispen ermee op te houden. Indien hij na de driemaal te zijn berispt door de bhukkhu’s ophoudt dan is dat goed. Indien hij niet ophoudt, houdt het allereerste een meeting van de Gemeenschap in.

11. Bhikkhu’s — één, twee of drie — die aanhangers en volgers zijn van die bhikkhu, zeggen, "Doe dit niet, eerbiedwaardige heren, het op enige manier berispen van die bhikkhu. Hij is een vertegenwoordiger van de Dhamma, een vertegenwoordiger van de Vinaya. Hij handelt met onze instemming en goedkeuring. Hij spreekt namens ons en in ons belang," andere bhikkhu’s zouden hen als volgt moeten berispten: "Zegt dit niet, eerbiedwaardige heren, deze bhikkhu is geen vertegenwoordiger van de Dhamma en hij is geen vertegenwoordiger van de Vinaya. Doe dit niet, eerbiedwaardige heren, het goedkeuren van een scheuring in de Gemeenschap. Laat de eerbiedwaardige heren zich verenigen met de Gemeenschap, voor de eenheid in de Gemeenschap, met ondersteunende voorwaarden, vrij van geschil, met gemeenschappelijke recitatie, in vrede levend".

Indien die bhikkhu’s, die aldus berispt zijn, volharden als voorheen, de bhikkhu’s zouden hen tot driemaal toe moeten berispen ermee op te houden. Indien zij na driemaal te zijn berispt door de bhikkhu’s ophouden dan is dat goed. Indien zij niet ophouden, houdt het allereerste een meeting van de Gemeenschap in.

12. Voor het geval dat een bhikkhu van nature moeilijk is te berispten — wie, wanneer wettig door de bhikkhu’s met betrekking tot de trainingsregels gevat in de recitatie (Patimokkha) wordt berispt, maakt zichzelf onberispbaar (zeggend), "Doe dit niet, eerbiedwaardige heren, om het even wat tegen mij zeggen, goed of slecht; en ik zal niets zeggen tegen de eerbiedwaardige heren, goed of slecht. Weerhoudt u, eerbiedwaardige heren, mij te berispen" — de bhikkhu’s zou hem als volgt moeten berispen: "Laat de eerbiedwaardige zichzelf niet onberispbaar maken. Laat de eerbiedwaardige zichzelf berispbaar maken. Laat de eerbiedwaardige de bhikkhu’s berispen in overeenstemming met wat juist is en de bhikkhu’s de eerbiedwaardige berispen in overeenstemming met wat juist is; want het is zo dat de Zegende zijn volgelingen voed: door wederzijdse waarschuwing, door wederzijdse rehabilitatie". Indien die bhikkhu, die aldus is berispt door de bhikkhu’s, volhardt als voorheen, bhikkhu’s zouden hem tot driemaal toe moeten berispen ermee op te houden. Indien hij na de driemaal te zijn berispt door de bhukkhu’s ophoudt dan is dat goed. Indien hij niet ophoudt, houdt het allereerste een meeting van de Gemeenschap in.

13. Voor het geval dat een bhikkhu die in afhankelijkheid leeft van een bepaald dorp of stad families corrupeert, een man is met een verdorven gedrag — wiens verdorven gedrag zowel gezien en gehoord is, en de families die hij heeft misbruikt zowel gezien en gehoord zijn — de bhikkhu’s moeten hem als volgt berispen: "U, eerbiedwaardige heer, bent een corrupter van families, een man met een verdorven moraal. Uw misbruik is gezien en gehoord; de families die u hebt misbruikt zijn gezien en gehoord. Verlaat dit klooster, eerbiedwaardige heer. Genoeg van u verblijf hier".

En zou die bhikkhu, aldus berispt door de bhikkhu’s, over de bhikkhu’s zeggen, "De bhikkhu’s zijn vooringenomen door bevoorrechting, door afkeer, door argwaan, door angst, voor dit soort van overtreding verbannen zij sommige maar anderen niet," de bhikkhu’s moeten hem aldus te berispen: "Zegt dit niet, eerbiedwaardige heer. De bhikkhu’s zijn niet vooringenomen door bevoorrechting, door afkeer, door argwaan, door angst. U, eerbiedwaardige heer, bent een corrupter van families, een man met verdorven moraal. Uw misbruik is gezien en gehoord en de families die u hebt misbruikt zijn gezien en gehoord. Verlaat dit klooster, eerbiedwaardige heer. Genoeg van u verblijf hier".

Indien die bhikkhu, die aldus is berispt door de bhikkhu’s, volhardt als voorheen, bhikkhu’s zouden hem tot driemaal toe moeten berispen ermee op te houden. Indien hij na de driemaal te zijn berispt door de bhukkhu’s ophoudt dan is dat goed. Indien hij niet ophoudt, houdt het allereerste een meeting van de Gemeenschap in.



Voor gebruik van deze tekst kijk op Copyright