Parajika

Regels houden uitsluiting van de Gemeenschap(Sangha) in

Vertaler: Bhikkhu Gunayutto



1. Indien om het even welke bhikkhu — deelnemend aan de training en met het levensonderhoud van bhikkhus, zonder van de training zich teruggetrokken te hebben, zonder zijn zwakheid aangekondigd te hebben — deelneemt aan de seksuele daad, zelfs met een vrouwelijk dier dan is hij verslagen en niet langer in de Gemeenschap.

2. Indien om het even welke bhikkhu, op de manier van diefstal, neemt wat niet gegeven is, van een bewoond gebied of van een wildernis — enkel zoals wanneer, in het nemen wat niet gegeven is, koningen criminelen arresteren en misdadigers achtervolgen, zeggend, "U bent een rover, u bent een dwaas, u bent dom, u bent een dief" — als een bhikkhu op dezelfde manier neemt wat niet gegeven is dan is hij verslagen en niet langer in de Gemeenschap.

3. Indien om het even welke bhikkhu opzettelijk een mens van leven berooft, of opzoek gaat naar een moordenaar voor hem, of de voordelen prijst van de dood, of hem oproept te sterven (aldus): "Mijn goede man, tot welk nut is dit ellendige, miserabele leven van u? De dood is beter voor u dan het leven," of met dit idee ingedachte, een dergelijk doel, op diverse manieren de voordelen van dood prijst of oproept te sterven dan is hij verslagen en niet langer in de Gemeenschap.

4. Indien om het even welke bhikkhu, zonder directe kennis, opschept over een superieure menselijke staat, een echte edele kennis en visie in zichzelf, zeggend, "Aldus weet ik; aldus zie ik," niettegenstaande of hij al dan niet op een later tijdstip wordt ondervraagd — hij berouwvol is en begeert naar zuivering — misschien zeggend, "Vrienden, onwetend, zei ik, ik weet; ongezien, zei ik, ik zie — tevergeefs een foute Identificatie," tevens bij overschatting dan ook is hij verslagen en niet langer in de Gemeenschap.



Voor gebruik van deze tekst kijk op Copyright