Kandarayana Sutta

Kandarayana

Vertaler Pali: Thanissaro Bhikku
Vertaler Engels: Django Vaal
Bron: www.accesstoinsight.org



Op een keer verbleef eerwaarde Maha Kaccana in Madhura bij het Gunda bos. Toen Kandarayana, de brahmaan naar eerwaarde Maha Kaccana ging en bij aankomst hem beleefd begroette. Na een uitwisseling van vriendelijke begroetingen en hoffelijkheden, ging hij zitten aan een kant. Wanneer hij daar zo zat, zei hij tegen eerwaarde Maha Kaccana, " ik heb horen zeggen, Meester Kaccana, dat, "Kaccana, de contemplatieve niet zijn handen optilt in respect voor oude, eerbiedwaardige brahmanen - vergevorderd in jaren, gekomen tot de laatste stage van het leven - ook richt hij zich niet op om hen te begroeten en ook bied hij hun geen zitplaats aan." In zoverre dat u uw handen niet optilt voor verouderde, eerbiedwaardige brahmanen - vergevorderd in jaren, gekomen tot de laatste stage van het leven - ook richt u zich niet op om hen te begroeten en ook biedt u hen geen zitplaats aan, dat is gewoon niet goed, Meester Kaccana."

"Brahmaan, de Geëerde - degene die weet, die ziet, waardig en zelfstandig Ontwaken - heeft het niveau van iemand die eerbiedwaardig is en het niveau van een jongeling verklaard. Zelfs als iemand eerbiedwaardig is - 80, 90, 100 jaren oud - maar als iemand deelneemt aan sensualiteit, te midden leeft tussen sensualiteit, [binnenin] brandt van sensuele koorts, is vernield door sensuele gedachten, en is gretig op zoek naar sensualiteit, dan wordt iemand simpelweg herkent als een jonge dwaze, geen ouderling.

Maar als iemand een jongeling is, jeugdig - een zwartharig, jong persoon begiftigd met de zegening van de jeugd in de eerste stage van leven - maar neemt niet deel aan sensualiteit, leeft niet te midden in sensualiteit, brandt niet [binnenin] van sensuele koorts, is niet vernield door sensuele gedachten, en is niet gretig op zoek naar sensualiteit, dan wordt iemand herkent als een wijze ouderling."

Wanneer dit was gezegd, Kandarayana de brahmaan stond op van zijn zitplaats, legde zijn dekmantel over een schouder goed, en boog zich voor de voeten van de monniken die jongelingen waren, [zeggend,] "jullie, heren, zijn de eerbiedwaardigen, op het niveau zijnd van diegene die eerbiedwaardig zijn. Wij zijn de jongelingen, op het niveau zijnd van diegene die jongelingen zijn.

Prachtig, Meester Kaccana! Prachtig! Alsof hij recht op zette wat was omgedraaid, onthullend wat was verstopt, de weg wijzend voor diegene die was verdwaald, of door het dragen van een lamp in de duisternis zodat diegenen die ogen hebben vormen kunnen zien, op dezelfde manier heeft Meester Kaccana - door vele zinnen van redelijkheid - de Dhamma aan mij duidelijk gemaakt. Ik neem mijn toevlucht in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha. Mag Meester Kaccana mij herinneren als een lekevolgeling die zijn toevlucht heeft genomen vanaf deze dag voor zijn leven. "



Voor gebruik van deze tekst kijk op Copyright