Verwerkelijking van het Fundamentele Principe
Genjokoan

Dogen Zenji

Vertaler: Ad van Dun
Bron: http://www.prajna.nl/f_index.htm



Alle dingen zijn Boeddha-dharma - daarom zijn er illusies, verwerkelijking, oefening, geboorte en dood, boeddha's en schepselen.
De ontelbare dingen bezitten geen blijvend zelf - daarom zijn er geen illusies, geen verwerkelijking, geen oefening, geen geboorte en dood, geen boeddha's en schepselen.
De boeddha weg is wezenlijk een je ontdoen van overvloed en gebrek - dus zijn er geboorte en dood, illusie en verwerkelijking, schepselen en boeddha's.
Maar al mag dat zo zijn, in waardering verwelkt de bloesem, en in hekel verspreidt zich het onkruid.

Het voortgaan van het zelf en de ontelbare dingen verlichten, is verwarring.
Het naar voren treden van de ontelbare dingen die het zelf verlichten, is ontwaken.
Zij die verwarring helemaal verlichten, zijn boeddha's.
Zij die verlichting helemaal verwarren, zijn schepselen.
Bovendien, er zijn mensen die verwerkelijking op verwerkelijking ervaren, en er zijn mensen die binnen illusies nog eens illusies bezitten.
Boeddha's die werkelijk boeddha's zijn, hoeven niet te beseffen dat zij boeddha's zijn.
Maar zij zijn verwerkelijkte boeddha's, en zij blijven boeddhaschap verwerkelijken.

Wanneer je met volledige betrokkenheid van lichaam en geest vormen ziet of geluiden hoort, dan is dat rechtstreeks gewaarzijn. Maar het is niet zoals dingen die weerkaatst worden in een spiegel, of als de maan die weerspiegeld wordt op het water. Als de ene zijde wordt verlicht, blijft de andere donker.

De boeddha weg bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is verlicht worden door alle dingen.
In het verlicht worden door alle dingen, vallen zowel je eigen alsook andermans lichaam en geest weg.
Er blijft geen spoor van verlichting over, en deze spoorloosheid kent geen einde.

Als je voor het eerst op zoek gaat naar Dharma, heb je de indruk dat je er ver van verwijderd bent.
Maar op het moment dat Dharma op de juiste manier wordt overgedragen, ben je onmiddellijk je oorspronkelijke zelf.
Wie in een boot vaart en naar de oever kijkt, kan wellicht aannemen dat het de oever is die beweegt.
Maar als je je blik rechtstreeks op de boot richt, dan kun je zien dat de boot voortbeweegt.
Zo zou je, als je met een verward idee van lichaam en geest de ontelbare dingen onderzoekt , ook kunnen veronderstellen dat jouw geest en jouw aard blijvend zijn.
Maar als je met volledige betrokkenheid oefent en terugkeert tot waar jij bent, dan zal het duidelijk zijn dat er niets bestaat dat een onveranderlijk zelf bezit.

Brandhout wordt as, en wordt niet opnieuw brandhout.
Maar zeg niet dat de as later komt, en brandhout het eerst.
Je moet begrijpen dat brandhout de waarneembare uitdrukkingsvorm van brandhout is.
Daarin zijn verleden en toekomst volledig vervat.
En ook al bezit het zijn verleden en toekomst, het is er niet van afhankelijk.
As is de waarneembare uitdrukkingsvorm van as, met volledig inbegrip van verleden en toekomst.
Zoals brandhout geen brandhout meer wordt nadat het as is geworden, zo keert een mens ook niet terug tot leven na te zijn gestorven.
Dit is de reden waarom in boeddha-dharma van oudsher wordt ontkend dat leven tot sterven leidt.
Daarom wordt leven het ongeborene genoemd.
Zo is er ook het onwrikbaar gegeven in Boeddha's onderricht dat de dood niet tot leven leidt.
Daarom wordt de dood beschouwd als niet-gestorven.
Leven heeft zijn eigen tijd. Sterven heeft zijn eigen tijd.
Je kunt het vergelijken met winter en lente.
Je noemt de winter niet het begin van lente, zoals ook de zomer niet het einde is van de lente.

Verlichting is als de maan die wordt weerspiegeld op het water.
De maan wordt niet nat, en het wateroppervlak wordt niet doorbroken.
Het weidse, krachtige schijnsel wordt zelfs in het kleinste beetje water weerspiegeld.
De hele maan en de hele hemel zijn zichtbaar in de dauw op het gras, in een enkele waterdruppel zelfs.
De persoon wordt door verlichting niet verdeeld, zoals ook de maan het water niet breekt.
Je kunt verlichting niet tegenhouden, zoals ook een druppel niet de maan tegenhoudt.
De diepte van de druppel is bepalend voor de hoogte van de maan.
Elke weerspiegeling, hoe lang of kort van duur dan ook, geeft uitdrukking aan de uitgestrektheid van de dauwdruppel en verwerkelijkt de grenzeloosheid van het maanlicht aan de hemel.

Wanneer Dharma niet je hele lichaam en geest vervult, voel je je wellicht al snel voldaan.
Wanneer Dharma je lichaam en geest vervult, is er besef van mogelijkheden.
Als je bijvoorbeeld met een schip naar het midden van de oceaan vaart waar geen land te zien is, en je kijkt in de vier windrichtingen, dan lijkt de oceaan cirkelvormig, andere vormen zijn er niet.
Maar de oceaan is niet cirkelvormig en heeft ook geen richting; de wonderlijke kenmerken ervan zijn oneindig gevarieerd.
Het is als een paleis, of als een juweel.
Het lijkt alleen maar cirkelvormig, omdat je visie op dat moment zover reikt.
Zo is het met alle dingen.
Er zijn vele vormen binnen en buiten de stoffelijke wereld, maar visie en inzicht reiken slechts zo ver als de kracht van ons bewustzijnsoog.
Om de natuur van alle ontelbare dingen te leren kennen, moet je - naast het zien van hun vorm en plaats - weten dat zij hele werelden bezitten aan onbeschrijflijk wonderlijke eigenschappen.
En dat geldt niet alleen voor onze verre omgeving, maar ook voor wat zich onder je voeten bevindt, zelfs voor een waterdruppel.

Een vis zwemt in zee en hoe ver hij ook zwemt, er komt geen eind aan het water.
Een vogel vliegt in de lucht en hoe ver hij ook vliegt, er komt geen eind aan de lucht.
Maar de vis en de vogel blijven binnen hun element.
Is hun activiteit groot, dan is hun veld groot.
Is hun behoefte gering, dan is hun veld gering.
Zo komt elk van hen toe aan alle aspecten en aan het volledig ervaren van zijn leefgebied.
Maar verlaat de vogel het luchtruim, dan zal hij onmiddellijk sterven.
Verlaat de vis het water, dan zal hij onmiddellijk sterven.
Weet dat water leven is en dat lucht leven is.
De vogel is leven en de vis is leven.
Leven is vogel, leven is vis.
Je kunt nog verder gaan.
Er is oefening-verlichting, waarin zowel voorwaardelijk als onvoorwaardelijk leven hun plaats hebben.

Welnu, als een vogel of vis probeert om de grens van zijn element te bereiken alvorens erin te bewegen, dan zal deze vogel of vis zijn weg en plaats niet vinden.
Als je je plaats vindt op de plek waar je bent, dan treedt er oefening op waardoor het fundamentele principe wordt verwerkelijkt.
Als je je weg vindt in dit ogenblik, dan treedt er oefening op waardoor het fundamentele principe wordt verwerkelijkt.
Deze plaats, deze weg, is niet groot en niet klein, behoort niet toe aan jou of aan anderen, heeft niet voorheen bestaan en verschijnt niet enkel voor een ogenblik.
Daarom geldt in de oefening-verlichting van de boeddha weg: het bereiken van een ding is het doordringen in een ding; het aangaan van een activiteit is het beoefenen van een activiteit.
Hier is de plaats; hier ontvouwt zich de weg.
De grenzen van bewustwording zijn niet afgebakend, want bewustzijn komt tezamen met belichaming van de boeddha-dharma.
Ga er niet van uit dat je zult waarnemen wat je verwerkelijkt, of dat je het zult vatten met je verstand.
Al wordt verwerkelijking onmiddellijk gerealiseerd, het hoeft niet waarneembaar te zijn.
De werking ervan gaat kennis te boven.

Zen meester Baoche van de Mayu Berg gebruikte een waaier om wat koelte te vangen.
Een monnik kwam en vroeg: "Meester, de aard van de wind is blijvend werkzaam, en er is geen plek waar hij niet reikt. Waarom gebruikt u dan een waaier?"
"Je begrijpt weliswaar dat de aard van de wind blijvend werkzaam is," antwoordde Baoche, "maar je begrijpt niet wat de ware betekenis is van 'er is geen plek waar hij niet reikt'."
"Wat betekent dan 'er is geen plek waar hij niet reikt'?" vroeg de monnik weer.
Baoche ging door met waaieren.
De monnik maakte een diepe buiging.

Dit is wat verwerkelijking van de boeddha-dharma is, en de levende weg van juiste overdracht.
Als je zegt dat je jezelf geen koelte hoeft toe te wuiven omdat de aard van de wind blijvend werkzaam is, en dat er ook zonder een waaier wind moet zijn, dan zul je noch het blijvend karakter noch de aard van de wind begrijpen.
De aard van de wind is blijvend werkzaam - daardoor kan de wind van het boeddha huis het goud der aarde ontsluiten en de lange rivier stollen tot zoete room.

Bron:
Tanahashi, K. (ed.): Enlightenment Unfolds; the essential teachings of Zen Master Dogen. Boston 1999
Yasutani, H.: Flowers Fall; a commentary on Zen Master Dogen's Genjokoan. Boston 1996
http://www.wwzc.org/translations/genjokoan.htm



Voor gebruik van deze tekst kijk op Copyright